Uitvoeringsprogramma Creatieve Industrie 2008

Samenvatting

In dit Uitvoeringsprogramma Creatieve Industrie 2009-2010 (UP) is beschreven hoe ver de uitvoering van het Programma Creatieve Industrie (2007-2010) is gevorderd en welke accenten zullen worden gelegd in de jaren 2009-2010. Daarbij wordt aangesloten bij de zes programmalijnen uit het PCI. Het UP gaat daarnaast in op de eerste resultaten van de haalbaarheidsstudie die Amsterdam Topstad heeft laten doen voor een topopleiding voor de creatieve industrie in Amsterdam.

De belangrijkste resultaten van het PCI tot dusver

Het UP en de Monitor Creatieve Industrie 2008 van O&S laten zien dat het goed gaat met de creatieve industrie in Amsterdam. Het aantal banen groeit, zelfs in deze moeilijke economische periode en Amsterdam wordt steeds vaker door internationale experts of in internationale tijdschriften bewierookt als ‘Creative Capital’ of ‘Creative Magnet’. Ook premier Balkenende herkende de positie van Amsterdam als creatieve stad en stelde dat Amsterdam de ambitie zou moeten hebben om de creatieve hoofdstad van de wereld te worden.

Uiteraard moet de rol van de gemeente voor de creatieve industrie niet worden overschat. De gemeente heeft slechts een faciliterende rol en aanjaagfunctie door in te spelen op signalen uit het veld. Dat neemt niet weg dat binnen de zes programmalijnen activiteiten zijn ontplooid die wel degelijk bijdragen aan een versterking van de economische structuur van de creatieve industrie:

De route voor de komende jaren, de belangrijkste accenten per programmalijn

Gezien de successen die tot dusver zijn geboekt, zal vooralsnog worden voortgegaan op de met het PCI ingeslagen weg. Dat betekent continueren van de praktische en low profile aanpak, zonder programmamanager en zonder eigen budget voor het UP. Wel zal de komende tijd nadrukkelijker worden geprobeerd om vanuit Amsterdam aan te sluiten op de landelijke agenda voor de creatieve industrie en deze ook mede te bepalen. De aansluiting op IIP Create, de inzet op de voorbereiding van de FES-aanvraag en op de nadere uitwerking voor een voorstel voor een topopleiding voor de creatieve industrie, geven daar blijk van.

De belangrijkste accenten voor de verschillende programmalijnen zijn:

Uitdagingen en onzekerheden

De belangrijkste uitdagingen m.b.t. het UP zijn de volgende:

Behalve uitdagingen zijn er echter ook onzekerheden. De onzekerheid over de financiële middelen die beschikbaar zijn voor het beleid met betrekking tot de creatieve industrie is daarbij de belangrijkste. Deze hangt samen met allerlei factoren. Eén daarvan is de doorwerking van de economische recessie op de gemeentebegroting. Een andere belangrijke factor is de onzekerheid over de honorering van de komende aanvraag bij de subsidieregeling Pieken in de Delta m.b.t. de continuering van CCAA en over het honoreren van de onlangs ingediende FES-aanvraag door en voor de creatieve industrie. Onzekerheid is er ook omdat onduidelijk is wat het vervolg zal zijn op het Rijksprogramma Cultuur en Economie 2005-2008 en wat de relevantie daarvan zal zijn voor Amsterdam. Onzekerheid is er ten slotte vanwege het wegvallen van de Brede Doeluitkering uit het GSB in 2010, waardoor een belangrijke bron voor gemeentelijke uitgaven in de sfeer van de creatieve industrie mogelijk op zal drogen.

Hoewel geld zeker niet alles bepalend is, worden de mogelijkheden voor de gemeente ook in de komende jaren invulling te blijven geven aan de in het PCI geformuleerde ambities, wel degelijk mede bepaald door de beschikbaarheid van financiële middelen. Dat betekent dat er wellicht de komende tijd nadere keuzes moeten worden gemaakt en prioriteiten worden gesteld. Op de uitkomst van die eventuele keuzes wil het College in dit Uitvoeringsprogramma niet vooruitlopen.

Zoeken

Kruimelpad

 

Uitvoeringsprogramma Creatieve Industrie 2008

9 juni 2009

Samenvatting

In dit Uitvoeringsprogramma Creatieve Industrie 2009-2010 (UP) is beschreven hoe ver de uitvoering van het Programma Creatieve Industrie (2007-2010) is gevorderd en welke accenten zullen worden gelegd in de jaren 2009-2010. Daarbij wordt aangesloten bij de zes programmalijnen uit het PCI. Het UP gaat daarnaast in op de eerste resultaten van de haalbaarheidsstudie die Amsterdam Topstad heeft laten doen voor een topopleiding voor de creatieve industrie in Amsterdam.

De belangrijkste resultaten van het PCI tot dusver

Het UP en de Monitor Creatieve Industrie 2008 van O&S laten zien dat het goed gaat met de creatieve industrie in Amsterdam. Het aantal banen groeit, zelfs in deze moeilijke economische periode en Amsterdam wordt steeds vaker door internationale experts of in internationale tijdschriften bewierookt als ‘Creative Capital’ of ‘Creative Magnet’. Ook premier Balkenende herkende de positie van Amsterdam als creatieve stad en stelde dat Amsterdam de ambitie zou moeten hebben om de creatieve hoofdstad van de wereld te worden.

Uiteraard moet de rol van de gemeente voor de creatieve industrie niet worden overschat. De gemeente heeft slechts een faciliterende rol en aanjaagfunctie door in te spelen op signalen uit het veld. Dat neemt niet weg dat binnen de zes programmalijnen activiteiten zijn ontplooid die wel degelijk bijdragen aan een versterking van de economische structuur van de creatieve industrie:

  • Programmalijn 1 zet vooral in op een betere aansluiting tussen de creatieve industrie en het onderwijs. Succesvolle projecten/activiteiten in deze sfeer zijn bijvoorbeeld Turning Talent into Business, het project “Creatief? Onderneem het dan!” (beide gericht op het bevorderen van het ondernemerschap), alsmede de realisatie van een doorlopende leerlijn voor het kunstenonderwijs.
  • Via programmalijn 2 wordt ingezet op het beter benutten van de culturele diversiteit. Veel instellingen van de 140 instellingen uit het Kunstenplan 2009-2012 besteden in de programmering aandacht aan het bereiken van nieuwe publieksgroepen. Het gaat zowel om instellingen met een niet-Europese achtergrond en/of profilering als om Amsterdamse of nationale instellingen, zoals de OBA en het Concertgebouworkest. Ongeveer de helft van de basisscholen heeft beleid ontwikkeld gericht op cultuureducatie. Succesvolle projecten in deze programmalijn zijn Streetlab en Pal West (waarin jonge makers worden ondersteund) en Made in Fes (waarbij ontwerpers uit Nederland en lokale ambachtslieden uit Fes samen nieuwe designproducten hebben ontwikkeld).
  • Programmalijn 3 is gericht op het stimuleren van creatieve ondernemers en is opgepakt in nauwe samenwerking met CCAA, het regionale programmabureau dat de creatieve industrie promoot en ondersteunt. Met name via haar interactieve portal www.ccca.nl en het ontwikkelde dienstverleningsplan, heeft CCAA zich inmiddels ontwikkeld tot een spil in de creatieve industrie. Via het project KansenKanon II stimuleert EZ Amsterdam daarnaast samen met de Provincie Noord Holland en Syntens, de innovatiekracht van o.a. het creatieve mkb.
  • Programmalijn 4 is gericht op het verbinden van nieuwe media, cultuur en ICT, op het bevorderen van regionale afstemming, op het versterken van het organiserend vermogen van de creatieve industrie en op het leggen van verbindingen tussen de creatieve industrie en andere sectoren. De inzet op deze programmalijn heeft o.a. geresulteerd in een intensieve regionale samenwerking in het kader van de Creatieve As en in een met o.a. Brainport Eindhoven, TU Delft en de Ministeries EZ en OCW opgestelde subsidie aanvraag voor de stimulering van de creatieve industrie bij het FES.
  • Via programmalijn 5 wordt gewerkt aan ruimte voor de groei van de creatieve industrie. Daarbij gaat het om zaken als gebiedsontwikkeling, om broedplaatsen en om aanbod van woonwerkruimte voor studenten en jongeren. Succesvolle projecten in deze programmalijn zijn de broedplaatsen Petersburg, het Volkskrantgebouw, het GAK-gebouw en Donauweg 10 en de vergroting van woonwerkruimte voor studenten in het Blok 51 B op IJburg en op de Baarsjesweg.
  • Programmalijn 6 is er op gericht om Amsterdam te positioneren als de creatieve zakenstad van Amsterdam. Dit gebeurt bijvoorbeeld via internationaal aansprekende projecten zoals Picnic, de Redlight-projecten en ExperimentaDesign, alsmede via succesvolle internationale handelsmissies rond design naar Hongkong en Japan.

De route voor de komende jaren, de belangrijkste accenten per programmalijn

Gezien de successen die tot dusver zijn geboekt, zal vooralsnog worden voortgegaan op de met het PCI ingeslagen weg. Dat betekent continueren van de praktische en low profile aanpak, zonder programmamanager en zonder eigen budget voor het UP. Wel zal de komende tijd nadrukkelijker worden geprobeerd om vanuit Amsterdam aan te sluiten op de landelijke agenda voor de creatieve industrie en deze ook mede te bepalen. De aansluiting op IIP Create, de inzet op de voorbereiding van de FES-aanvraag en op de nadere uitwerking voor een voorstel voor een topopleiding voor de creatieve industrie, geven daar blijk van.

De belangrijkste accenten voor de verschillende programmalijnen zijn:

  • Voor programmalijn 1 (aansluiting creatieve industrie en onderwijs) ligt de nadruk de komende twee jaar o.a. op de realisatie van een Creatieve Assessment Centre (dat er aan moet bijdragen dat mensen die geïnteresseerd zijn in een baan binnen de creatieve industrie, hun weg vinden naar een opleiding die het beste aansluit bij hun talenten, interesses en competenties), op het opzetten van een GameLab in Amsterdam (dat de gaming industrie kan helpen hun tekort aan personeel op te lossen) en op het opzetten van een topopleiding voor de creatieve industrie. Tevens proberen Amsterdam Topstad en PAO om via twee onderzoeken (naar naaiateliers en een leerwerkbedrijf t.b.v. het Muziektheater) de vraag en het aanbod in Amsterdam ten aanzien van de maakindustrie zichtbaar te maken. Hierbij zijn zowel opleidingsinstituten als marktpartijen betrokken.
  • Voor programmalijn 2 (benutten van culturele diversiteit) liggen de accenten voor de jaren 2009 en 2010 op talentontwikkeling en internationale uitwisseling. Daartoe wordt o.a. gewerkt aan het met het Apolloloket neerzetten van één loket voor talentontwikkeling binnen de gemeente, waarin alle activiteiten voor de ontwikkeling van talenten van de Amsterdamse jeugd zijn georganiseerd en aan een verdere uitrol en internationalisering van Streetlab. Naar aanleiding van de motie Graumans (720) wordt nog een nadere verkenning gedaan naar culturele diversiteit bij een aantal instellingen, waarvan de resultaten in de tweede helft van 2009 beschikbaar zijn.
  • Voor programmalijn 3 (stimuleren van creatieve industrie) ligt de uitdaging voor de jaren 2009 en 2010 er in de eerste plaats in om – als tussenstap op weg naar verzelfstandiging – de positie van CCAA binnen de sector en binnen de regio te verankeren via een nieuwe succesvolle aanvraag bij Pieken in de Delta. Via CCAA investeert de gemeente ook in de door het Innovatieplatform gewenste versterking van het zelforganiserend vermogen van de creatieve industrie. Een ander accent binnen programmalijn 3 is de inmiddels gestarte verkenning van de wenselijkheid en haalbaarheid van het instellen van een filmcommissioner, als centrale regisseur binnen de stad voor de filmsector.
  • Voor programmalijn 4 (verbindingen leggen) liggen de uitdagingen bijvoorbeeld in het optimaal aanhaken op, c.q. bepalen van de landelijke agenda voor de creatieve industrie, in het leggen van verbindingen tussen de creatieve industrie en het reguliere mkb (om aldus de innovatiekracht van het bedrijfsleven te versterken) en in het benutten van de creatieve industrie om maatschappelijke problemen op te lossen.
  • Voor programmalijn 5 vormt voortgaan op de ingeslagen weg, maar wel in steeds nieuwe samenwerkingsverbanden en via een metropool-aanpak, het motto. Medio 2009 moet met één druk op de knop het volledige aanbod van creatief vastgoed in de regio inzichtelijk kunnen worden gemaakt.
  • Ook voor programmalijn 6 vormt het motto voortgaan op de ingeslagen weg, in dit geval via het in de internationale etalage blijven plaatsen van Amsterdamse successen in de creatieve industrie. In 2009 zal daarbij bijvoorbeeld worden aangesloten op de viering van de 400-jarige relatie tussen Amsterdam en New York (NY400). In dat kader zal Amsterdam bijvoorbeeld deelnemen aan het zgn. internationale ‘digital design tournament Cut&Paste’.

Uitdagingen en onzekerheden

De belangrijkste uitdagingen m.b.t. het UP zijn de volgende:

  • Hoe kan worden voorkomen dat de gunstige ontwikkeling van de creatieve industrie van de afgelopen jaren stagneert vanwege de recessie? Uitgangspunt van het College daarbij is dat juist in een periode van economische teruggang de stad moet blijven inzetten op innovatiebevordering, versterking van de kenniseconomie en het bevorderen van de kruisbestuiving tussen creatieve industrie en het overige bedrijfsleven. Dit is een voorwaarde om op termijn sterker uit de economische crisis te kunnen komen.
  • Een tweede uitdaging ligt in de permanente zoektocht naar de juiste rol van de gemeente Amsterdam met betrekking tot de creatieve industrie. Selectiviteit is daarbij het motto en de programmalijnen uit het PCI blijven daarbij het uitgangspunt. De gemeente Amsterdam ziet voor zichzelf een rol weggelegd bij het beïnvloeden van de landelijke agenda voor de creatieve industrie en zal daar de komende jaren ook op blijven inzetten. Het is echter primair aan de sector zelf om het door het InnovatiePlatform geconstateerde gebrek aan zelforganiserend vermogen te verstevigen. Waar mogelijk zal de gemeente Amsterdam relevante initiatieven in deze sfeer uit de creatieve industrie zelf, bijvoorbeeld voor het formuleren van een innovatieprogramma voor de creatieve industrie, actief ondersteunen. Het gegeven dat de creatieve industrie – vanwege haar specifieke karakter – in de praktijk soms aansluiting mist op landelijke investeringsprogramma’s en subsidieregelingen vormt een extra reden om als gemeente Amsterdam een actieve rol te hebben in de nationale discussies.
  • Een derde uitdaging bestaat er uit om Amsterdam op een innovatieve en creatieve manier te ‘vermarkten’ en een internationaal profiel te geven als stad waar mede dankzij de creatieve industrie interessante en economisch relevante ‘crossovers’ tot stand komen. Op dit punt kan nog veel winst worden geboekt.
  • Een vierde uitdaging ligt in het – met andere publieke en private partijen – verder brengen van de plannen voor een New Amsterdam Creative Academy, de topopleiding voor de creatieve industrie.

Behalve uitdagingen zijn er echter ook onzekerheden. De onzekerheid over de financiële middelen die beschikbaar zijn voor het beleid met betrekking tot de creatieve industrie is daarbij de belangrijkste. Deze hangt samen met allerlei factoren. Eén daarvan is de doorwerking van de economische recessie op de gemeentebegroting. Een andere belangrijke factor is de onzekerheid over de honorering van de komende aanvraag bij de subsidieregeling Pieken in de Delta m.b.t. de continuering van CCAA en over het honoreren van de onlangs ingediende FES-aanvraag door en voor de creatieve industrie. Onzekerheid is er ook omdat onduidelijk is wat het vervolg zal zijn op het Rijksprogramma Cultuur en Economie 2005-2008 en wat de relevantie daarvan zal zijn voor Amsterdam. Onzekerheid is er ten slotte vanwege het wegvallen van de Brede Doeluitkering uit het GSB in 2010, waardoor een belangrijke bron voor gemeentelijke uitgaven in de sfeer van de creatieve industrie mogelijk op zal drogen.

Hoewel geld zeker niet alles bepalend is, worden de mogelijkheden voor de gemeente ook in de komende jaren invulling te blijven geven aan de in het PCI geformuleerde ambities, wel degelijk mede bepaald door de beschikbaarheid van financiële middelen. Dat betekent dat er wellicht de komende tijd nadere keuzes moeten worden gemaakt en prioriteiten worden gesteld. Op de uitkomst van die eventuele keuzes wil het College in dit Uitvoeringsprogramma niet vooruitlopen.